Tijdelijk gesloten door coronamaatregelen vanaf 29.10
Vorige pagina

Bloed, zweet en waterlelies

Het GUM (Gents Universiteitsmuseum) bevindt zich midden in de Gentse Plantentuin, de groene wetenschapsparel. De tuin herbergt meer dan 10 000 plantensoorten. Haar serres nemen in totaal maar liefst 4000m2 van het tuinoppervlak in. Eén van de publiekstrekkers van de tuin is de reuzenwaterlelie in de vijver van de Victoriaserre, die elke zomer tot bloei komt. Deze waterplant heeft indrukwekkend grote, opstaande bladen (tot 1,5 m diameter) en prachtige bloemen. Die bloemen kan je maar heel kort bewonderen: de reuzenwaterlelie bloeit slechts één maal per jaar enkele dagen. Achter deze mooie bloemen zit een mooi verhaal. Een verhaal van zoeken, ontdekken en veel (samen)werken.

10.
07.
2020
Verhalen

Oorsprong van de waterlelies

In de vijver van de Plantentuin zijn drie soorten reuzenwaterlelies te bewonderen, elk van een andere soort. De Victoria amazonica komt uit het Amazone gebied en heeft dieprode opstaande bladranden, de Victoria cruziana komt uit de koelere gebieden in Argentinië met iets hogere bladranden, en de Euryale Ferox. De Euryale Ferox is een verwante, maar minder aantrekkelijke soort voor het publiek omdat ze donkere bladeren, kleinere bloemen en kleine stekeltjes op haar bladeren heeft. Deze reuzenwaterlelies die jaarlijks de vijver sieren, kwamen oorspronkelijk vooral voor in de moerassen van Zuid-Amerika, dus hoe zijn deze hier beland?

De zoektocht naar unieke plantensoorten

Hoe de plant naar België is geraakt en überhaupt ooit tot bloei is gekomen in dit compleet andere klimaat, is het vertellen waard. Chantal Dujardin van de Gentse Plantentuin vertelt met veel enthousiasme over de geschiedenis en het precaire kweekproces van deze reuzenwaterlelies:

“De 19e eeuw was de gouden eeuw van de sierteelt. Het was heel erg hip om tuinbouwkundige of sierteler te zijn en het was een rage om je bezig te houden met het inzamelen, meebrengen en het kweken van allerlei soorten planten van over de hele wereld. De elite en burgerij was heel erg geïnteresseerd in al de mooie bloemen en planten die hierbij werden ontdekt en getoond. Velen van hen lieten serres bouwen als statussymbool, die ze vulden met de meest exotische plantensoorten als tentoonstelling van hun rijkdom. Botanicus zijn, was dan ook een lucratief beroep. Vanaf midden de jaren 1800 trokken plantenjagers van Europa erop uit naar Latijns-Amerika om, vaak met gevaar voor eigen leven, de meest speciale plantensoorten mee te brengen naar het Europese vasteland. In 1837 werd de reuzenwaterlelie naar Groot-Brittanië verscheept, en zo kwam deze mee met een heleboel andere plantensoorten naar de andere kant van de aardbol.

Botanici ondervonden moeilijkheden om de exotische plant hier te laten aarden en deze tot bloei te brengen, aangezien de plant van nature enkel voorkomt in het Amazonegebied en landen zoals Brazilië, Colombia, Guyana en Peru. Het duurde dan ook tot 1849 vooraleer Britse tuiniers erin slaagden om de plant tot bloei te brengen in de Royal Botanic Gardens in Edinburgh. In september 1850 kon de Gentse bloemist en tuinbouwer Louis van Houtte hetzelfde verwezenlijken in België, als eerste op het Europese continent. Van Houtte was eigenaar van een belangrijke kwekerij. Hij gebruikte dan ook zijn geslaagde kweekpoging als propaganda voor zijn eigen bedrijf. In zijn tijdschrift “Flore des serres et des Jardins de l’Europe” maakte hij reclame voor de waterlelies, die hij voorzag van veel uitleg. De prints die bij deze tijdschriften zaten, zijn nog steeds in omloop.”

Bloeiende waterlelies, een heuse taak

Deze prachtige planten kunnen hier ook niet groeien zonder goede zorgen van de plantkundigen van de Gentse Plantentuin. Hortulana Chantal doet uit de doeken wat er allemaal bij komt kijken om deze plant jaarlijks in bloei te laten komen in de serre van de Plantentuin: “In hun natuurlijke habitat komen de waterlelies enkel voor in lichtstromend of stilstaand water, waarbij ze een constante hoge temperatuur nodig hebben van ongeveer 30 graden Celsius. In het Amazonewoud, dicht bij de evenaar, heeft deze plant altijd een gelijkmatige blootstelling aan uren licht en donker, en ook de verschuiving winter en zomer met kortere en langere dagen, blijft hier uit. Daardoor is de plant onder normale omstandigheden ook doorlevend. Hier in de Belgische tropische serres wordt de plant maar éénjarig gekweekt. Het Belgische klimaat zorgt ervoor dat de waterlelie terug afsterft in de herfst, wanneer de uren daglicht drastisch afnemen.

De plant moet ieder jaar opnieuw worden gekweekt, en dit is altijd een race tegen de klok om ervoor te zorgen dat het publiek in de zomer de planten zal kunnen bezichtigen. Om dit te verwezenlijken, zaaien medewerkers van de plantentuin de zaden in januari. De plant groeit gelukkig enorm snel, maar het is verre van evident dat die zaden ook effectief willen kiemen."

Een eerste cruciaal punt is dus het vinden van zaden die zullen willen kiemen. Normaalgezien recupereert men jaarlijks de zaden van de vorige plant. Soms kiemen deze niet, omdat men jaren na elkaar zaden oogst van dezelfde plant, en dit voor inteelt zorgt. Hierdoor zijn de zaden niet meer levensvatbaar. Indien dit het geval is, moet de plantentuin contact leggen met andere plantentuinen in binnen-en buitenland. Het is al meerdere keren gebeurd dat medewerkers van de plantentuin met kiemplantjes op de trein of auto in zakjes met water onderweg zijn, aldus Chantal. De zaden moeten altijd worden vochtig gehouden. Indien dit niet gebeurt bij deze waterplanten, dan gaan ze dood. Deze zaden worden tussen verschillende (intern)nationale plantentuinen uitgewisseld, want iedereen moet deze waterlelies tegen de zomer hebben. Gelukkig is een waterlelie in volwassen staat vrij groot, en heeft de Gentse Plantentuin ook niet de ruimte om tientallen planten te herbergen in de Victoriaserre. Met 1 of 2 zaden hebben ze dan ook voldoende, de rest wordt uitgewisseld met andere plantentuinen.

Chantal Dujardin

Hortulana Gentse Plantentuin

chantal-8410

De plant moet ieder jaar opnieuw worden gekweekt, en dit is altijd een race tegen de klok om ervoor te zorgen dat het publiek in de zomer de planten zal kunnen bezichtigen. Om dit te verwezenlijken, zaaien medewerkers van de plantentuin de zaden in januari. De plant groeit gelukkig enorm snel, maar het is verre van evident dat die zaden ook effectief willen kiemen.

Na de geschikte zaden te hebben gevonden, kweekt men die in een kweekserre op in een klein aquarium, in een kiempotje met een beetje grond en veel water, dat constant 30 graden moet zijn. Bovendien zijn deze planten als kiemplant heel erg kwetsbaar (die kunnen worden opgegeten door slakjes), dus als medewerker moet je deze voorbij een bepaald kritisch stadium krijgen vooraleer deze kunnen worden uitgeplant in de vijver.

Als de plant voorbij de eerste kiembladen geraakt, verplaatsen medewerkers de beginnende waterlelie naar de vijver. Men kijkt naar welke plant hier het beste zal groeien, en wanneer er zich ook ronde bladeren beginnen te vormen aan de plant, plant men deze uit in de grote vijver in een grote betonnen ring met een diameter van ongeveer één meter. De vijver moet hierbij een constante temperatuur hebben van minstens 27 graden. Enkele maanden later is de bloem er volledig. In april komt de reuzenwaterlelie tot bloei. Omdat de Victoria soorten het mooiste zijn voor het publiek, zal men altijd proberen zeker een Victoria in de tuin te krijgen. Ook de Longwood hybride, een gekruiste soort tussen de amazonica en cruziana, groeit soms in de vijver. Voor medewerkers van de plantentuin is het niet altijd te onderscheiden welke soort er in de vijver groeit, omdat een kruising moeilijker te herkennen is. Bovendien hebben de medewerkers hebben niet altijd toegang tot zuivere Victoria planten, dus men probeert het te doen met het beschikbare materiaal. Een voordeel bij deze hybride is dat ze iets sterker is, makkelijker kiemt en beter groeit.

Vroeg uit de veren voor bloeiende waterlelies

Wie wil genieten van de prachtig bloeiende bloem van de reuzenwaterlelie, heeft maar een beperkte tijdspanne om die te bekijken: de plant bloeit slechts twee nachten! Bovendien moet je ’s nachts of vroeg in de ochtend naar de plant gaan kijken, aangezien de bloem zich enkel dan opent. De eerste nacht opent de bloem zich, helder wit en geurig. Dit trekt nachtbestuivers zoals kevers aan. Tegen de ochtend sluit de bloem zich. De volgende nacht opent de bloem zich opnieuw, inmiddels roodachtig van kleur geworden. Nu trekt ze geen nieuwe kevers meer aan. Op de tweede ochtend zal de roodachtige bloem zich opnieuw sluiten en zinkt ze onder water. De vrucht, met daarin de zaden, ontwikkelt zich onder water verder. De zaden worden dan zo gerijpt en afgelegd aan de voet van de plant, op de bodem van de vijver. Tegen september worden de bladen van de plant weer kleiner, en in het najaar, tegen oktober en november, met het verdwijnen van het licht verdwijnen ook de planten. In het najaar wordt de vijver leeggehaald en schoongemaakt, en de zaden worden geoogst. Dit is makkelijk uit te voeren doordat de zaden ook binnen de betonnen diameter zijn ontwikkeld. Hierna kan het hele proces opnieuw beginnen! Een intensief, lang, maar lonend werk om ervoor te zorgen dat bezoekers de reuzenwaterlelies elk jaar kunnen komen bewonderen.

Met steun van

Radio 2 Logo De Standaard Logo